Kennis door, voor en over nieuwkomers

Kennis door, voor en over nieuwkomers

Mee kunnen doen begint op dag één

M&E Maastricht

Ervaringen van nieuwkomers met de Wi2021

De Wet inburgering 2021 (Wi2021) werd met een helder doel ingevoerd: statushouders sneller en volwaardiger laten meedoen aan de Nederlandse samenleving, bij voorkeur via betaald werk. Het principe van ‘dualiteit’ — tegelijkertijd taal leren en participeren — staat daarin centraal. Gemeenten kregen de regierol. De praktijk blijkt nog vaak weerbarstig.

De spanning tussen taal en werk

Voor veel gemeenten is het lastig om de koppeling tussen taal en werk in praktijk te brengen. Vanuit de ervaringen van nieuwkomers zien we dat het vaak moeilijk is om werk en inburgering te combineren. Werkgevers staan niet altijd open voor medewerkers die meerdere dagdelen afwezig zijn voor taalles. Tegelijkertijd ontbreekt het vaak aan flexibel taalonderwijs dat goed aansluit op het ritme van werk. Dit maakt de uitvoering van dualiteit complex. In plaats van een geïntegreerd traject te volgen, gaan inburgeraars vaak ofwel werken zonder voldoende taalvaardigheid, ofwel stoppen met werken om zich volledig op de taal te richten. Vooral gezinsmigranten, die vaker al betaald werk hebben bij aankomst in Nederland, ervaren dit laatste als een dilemma.

"Het is moeilijk om de balans te vinden tussen de twee: ik werk 12 uur bij DHL. Op een gegeven moment moet je een beslissing nemen.”

Ook de inburgeringstermijn speelt een rol. Inburgeraars hebben drie jaar om hun traject af te ronden. Voor mensen die de Z-route volgen, met een focus op zelfredzaamheid in plaats van werk, is het moeilijk om binnen die tijd voldoende taalvaardigheid en werkervaring op te bouwen. De B1-route biedt iets meer ruimte, mede doordat de taal daar op de werkvloer kan worden geleerd. Maar in de praktijk lijkt dit lastig te combineren met de taallessen.

“Ik werk vier dagen en heb drie dagen school. Dusik ben de hele tijd bezig. In het huidige azc waar ik ben, heb ik geen voordeel van inburgeringslessen.”

Vroeg investeren in taal is een belangrijke voorwaarde voor succes. Toch blijkt uit onderzoek dat veel statushouders pas na zes tot achttien maanden daadwerkelijk kunnen starten met hun inburgeringstraject. Dat kan leiden tot demotivatie en een gemiste kans op snellere integratie (Perspectief Inburgeraars, rapportages 1-3, 2023-2025).

Taal als sleutel én struikelblok

Onvoldoende beheersing van het Nederlands vormt een belemmering voor toegang tot werk en sociale participatie. Inburgeraars zonder voldoende taalvaardigheid voelen zich op de werkvloer vaak buitengesloten en bouwen moeilijk een netwerk op. Tegelijkertijd kan werk juist ook een katalysator zijn voor taalontwikkeling, mits de randvoorwaarden kloppen. Bijvoorbeeld dat er Nederlands gesproken wordt op de werkvloer, en er een veilige sfeer is om te oefenen. Veel statushouders geven aan dat ze de taal in de praktijk beter leren dan in een klaslokaal, maar het is moeilijk om werkgevers te vinden die hierin willen investeren. Sterke ondersteuning en samenwerking van gemeenten en werkgevers is daarom van belang. De meest recente meting laat zien dat met name wachttijden voor examens en de ervaren mismatch tussen taallessen en examinering voor veel inburgeraars extra stress en vertraging veroorzaken (Perspectief Inburgeraars, 2025).

Zorgen over realistische taaldoelen klinken ook uit het veld. In een manifest dat werd aangeboden aan de Tweede Kamer pleiten de MBO-Raad en de NRTO voor het hanteren van taalniveau B1 als streefdoel, in plaats van als harde norm. Ook vragen zij om herziening van de bekostiging van inburgeringsonderwijs om tot een reële financiering te komen (NRTO, 2025).

Opvang: meedoen kan alleen met een stevige basis

Langdurig verblijf in (nood)opvang, met weinig of geen toegang tot taallessen of werk, ondermijnt de doelstelling van snelle participatie. Zo ontbreekt begeleiding naar bijvoorbeeld vrijwilligerswerk meestal, en worden voorbereidende taallessen slechts op een minderheid van de COA-locaties aangeboden. In 2024 verbleven volgens de Inspectie JenV ruim 11.000 statushouders langer dan een jaar in opvanglocaties, terwijl de wettelijke norm 14 weken is. Dit leidt tot verlies aan motivatie, mentale uitputting en gemiste kansen (Inspectie JenV, 2025). Een toekomstgerichte aanpak begint dus al in de opvang: kleinschalig, menswaardig en gericht op doorstroom. Met een infrastructuur die het mogelijk maakt om al vanaf dag één actief mee te doen. Gemeenten en COA kunnen hierin het verschil maken door te investeren in rust, privacy en toegang tot taal, werk en begeleiding vanuit de locatie.

De rol van gemeenten en maatwerk

De Wi2021 schrijft maatwerk voor, maar de uitvoering is divers. Gemeenten verschillen in capaciteit en lokale infrastructuur. Waar de brede intake en het Persoonlijk Inburgeringsplan (PIP) goed worden toegepast, voelen inburgeraars zich gehoord en begeleid. Een goede contactpersoon die aandacht heeft voor de persoonlijke situatie en doelen van de inburgeraar kan het verschil maken. Maar er zijn ook trajecten waarin niet genoeg uitleg wordt gegeven over routekeuzes of waarin mensen weinig invloed ervaren op hun leerpad.

"Ik vroeg hem [contactpersoon] om de onderwijsroute, en die gaf hij mij. Maar mijn vriend bijvoorbeeld vroeg om de Z-route, maar zijn contactpersoon gaf hem B1, ook al heeft hij geen opleiding.”

Begeleiding staat of valt met voldoende inzet en stabiliteit bij gemeenten. Door personele wisselingen en schaarste aan tolken is de ondersteuning niet altijd toereikend. Voor kleine gemeenten is het bieden van maatwerk extra uitdagend. 

Meer flexibiliteit in taalonderwijs, een snellere start van inburgeringstrajecten, extra middelen en betere begeleiding vanuit gemeenten kunnen helpen om de arbeidsmarktpositie van statushouders te verbeteren. Regionale samenwerking kan hieraan bijdragen, mits de juiste partners aan tafel zitten.

De regio als schaal van verbinding — mits inclusief

Gemeenten opereren binnen arbeidsmarktregio’s, waar de verbinding met werkgevers, taalaanbieders en maatschappelijke organisaties ligt. Die regionale schaal biedt kansen: er kan efficiënter worden samengewerkt, en gemeenten en organisaties kunnen elkaar versterken in de uitvoering. 

Cruciaal is dat in die samenwerking het perspectief van nieuwkomers zelf wordt meegenomen. Het inzetten van nieuwkomers als brugfiguur, ervaringsdeskundige of peercoach draagt bij aan toegankelijkheid, wederzijds begrip en vertrouwen. Structurele participatie van nieuwkomers in de inrichting en evaluatie van beleid leidt tot beter werkende oplossingen. Dat geldt ook voor regionale instrumenten zoals Werkcentra, doelgroepspecifieke programma’s of meerjarenagenda’s.

Meedoen betekent ook meedenken

De Wet inburgering 2021 biedt ruimte voor een beter begin voor statushouders. De uitvoering van de Wi2021 laat zien dat beleidsintenties pas goed kunnen werken als ze aansluiten op de werkelijkheid van nieuwkomers. Werken en de taal leren gaan hand in hand, maar alleen als systemen dat ook praktisch mogelijk maken. Maatwerk vraagt om voldoende capaciteit, ruimte voor verschillen én om actieve betrokkenheid van de mensen om wie het gaat. Nieuwkomers wíllen bijdragen — aan hun werk, hun buurt, hun toekomst. Maar daar is nog niet altijd ruimte voor. Door hen vanaf het begin actief te betrekken, als gesprekspartner, brugfiguur of ervaringsdeskundige, ontstaan betere oplossingen. Zodat hun stem niet alleen wordt gehoord, maar ook echt doorklinkt in beleid en uitvoering.

Noot
Deze bijdrage is gebaseerd op onderzoeken en praktijkervaring van OpenEmbassy, en op
onderzoek uitgevoerd met Regioplan en BMC in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zie o.a. Perspectief Inburgeraars (2024) en Inburgeren door de ogen van nieuwkomers (2023). Ook is gebruikgemaakt van onze reactie op de internetconsultatie versterking arbeidsmarktinfrastructuur.

Femke Brand is Hoofd Communicatie bij OpenEmbassy, Sandrine Lafay is Hoofd Onderzoek en intensief betrokken bij de genoemde onderzoeken.

Bronnen

  1. NRTO en MBO Raad (april 2025). Manifest Inburgering – Knelpunten en oplossingen uitvoering inburgeringsonderwijs.
  2. OpenEmbassy (april 2025), reactie internetconsultatie versterking arbeidsmarktinfrastructuur.
  3. Inspectie Justitie en Veiligheid en Toezicht Sociaal Domein (maart 2025). Brief inburgering van statushouders vanuit de asielopvang.
  4. OpenEmbassy, Regioplan & BMC (2025). Perspectief Inburgeraars – Derde rapportage 2024-2025. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
  5. OpenEmbassy, Regioplan & BMC (2024). Perspectief Inburgeraars – Tweede rapportage 2023–2024. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
  6. OpenEmbassy, Regioplan & BMC (2023). Inburgeren door de ogen van nieuwkomers – Eerste rapportage 2023. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Deel dit bericht

LinkedIn
Facebook
X
WhatsApp
Email

Thema's

DIY Toolkit M&E

Begin je eigen monitoring & evaluatie met de Indicators of Integration.

Gerelateerde berichten

In een verkennende flitspeiling van OpenEmbassy delen 197 nieuwkomers hun zorgen en informatiebehoeften over het tweestatusstelsel. De resultaten laten zien dat de discussie en berichtgeving…

In 2025 werkten we samen met gemeenten, ministeries, maatschappelijke organisaties en nieuwkomers aan opvang en integratie die beter aansluiten op de praktijk. Op veel plekken…

Via het SurveyPanel van OpenEmbassy voerden we een korte flitspeiling uit naar de ervaringen van nieuwkomers met de gemeenteraadsverkiezingen. De vragenlijst stond vijf dagen open…

Een goede start maakt het verschil. Als gemeente wil je dat nieuwe inwoners zich thuis voelen, snel hun weg vinden en actief kunnen deelnemen aan…