Op basis van haar masterscriptie ontwikkelde Pien Veenis een framework voor participatieve monitoring: het Trust-Reciprocity Monitoring Framework. Een praktische handleiding voor organisaties die participatieve monitoring willen inzetten. In dit artikel lees je hoe haar onderzoek naar het mentaal welzijn van ontheemde Oekraïners in Nederland heeft geleid tot dit framework, welke inzichten daarbij centraal staan en waarom vertrouwen, wederkerigheid en geleefde ervaringen essentieel zijn voor betekenisvolle monitoring.
Door: Pien Veenis
Waarom dit onderzoek?
Mensen die gevlucht zijn lopen een groter risico op mentale gezondheidsproblemen dan mensen die niet hebben hoeven vluchten. Onderzoek laat zien dat depressie en PTSS relatief vaak voorkomen onder vluchtelingen en asielzoekers (Patanè et al., 2022). Tegelijkertijd krijgen vluchtelingen niet altijd de mentale ondersteuning die zij nodig hebben. In Nederland bestaat er nog steeds een kloof tussen de behoeften van migranten en vluchtelingen en de zorg die daadwerkelijk toegankelijk is. Taalbarrières, culturele verschillen, onbekendheid met het zorgsysteem en wachttijden spelen hierin een rol (Hernandez et al., 2025).
Ook voor ontheemde Oekraïners is mentaal welzijn een belangrijk onderwerp. Veel mensen hebben in Nederland veiligheid gevonden via de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, met toegang tot opvang, zorg, onderwijs en werk (IND, 2026). Dit is een unieke positie. Tegelijkertijd blijft de situatie voor veel Oekraïners onzeker. De oorlog is nog niet voorbij, het is niet duidelijk of/wanneer de tijdelijke bescherming wordt verlengd en hierdoor is het niet duidelijk hoe de toekomst eruitziet. De Adviesraad Migratie noemt dit de “prijs van tijdelijkheid”: tijdelijke bescherming biedt veiligheid, maar kan ook leiden tot uitstel, onzekerheid en stilstand (Adviesraad Migratie, 2025).
Geleefde ervaring en snellere kennis
Daarom is het belangrijk om beter te begrijpen hoe het met ontheemde Oekraïners gaat. Niet alleen via cijfers, maar juist ook via hun eigen (geleefde) ervaringen. Veel monitoring en onderzoek is nog top-down georganiseerd en is een lang proces: organisaties bepalen wat er wordt gemeten, respondenten doen mee in onderzoek en pas veel later verschijnt er een rapport (Campilan, 2000). Dat kan waardevolle kennis opleveren, maar het duurt vaak lang voordat inzichten gedeeld worden. In een situatie die snel verandert, zoals voor Oekraïense ontheemden, is er behoefte aan kennis die sneller terugkomt om in een kortere periode beter te begrijpen wat er speelt en waar mogelijk veranderingen gemaakt kunnen worden.
Voor haar masterscriptie bij OpenEmbassy onderzocht Pien Veenis hoe het mentale welzijn van ontheemde Oekraïners in Nederland begrepen kan worden vanuit hun geleefde ervaringen, en wat dit betekent voor participatieve monitoring. Dit onderzoek sluit aan bij de manier waarop OpenEmbassy werkt: kennis verzamelen met, voor en over nieuwkomers, waarbij mensen zelf worden gezien als experts over hun eigen leven (OpenEmbassy, 2025).
Welzijn begrijpen vanuit dagelijkse ervaring
In gesprekken met Oekraïners, organisaties en cultural mediators werd duidelijk dat deelnemers welzijn niet omschrijven in klinische termen. Deelnemers spraken juist veel over onzekerheid, chronische stress, woonsituatie, taal, werk, zorgen over familie, gebrek aan informatie en het gevoel dat het moeilijk is om vooruit te kijken.
Dit kan worden begrepen vanuit narrative inquiry. Deze benadering kijkt niet alleen naar losse ervaringen, maar naar hoe mensen betekenis geven aan hun leven door verhalen. Daarbij zijn drie dimensies belangrijk: continuïteit, interacties en plek (Clandinin, 2006). Voor ontheemde Oekraïners komen deze dimensies duidelijk samen. Het verleden in Oekraïne, de onzekere toekomst en het tijdelijke leven in Nederland lopen door elkaar heen. Daardoor gaat welzijn niet alleen over hoe iemand zich op één moment voelt, maar ook over de vraag hoe iemand zijn of haar leven opnieuw probeert te ordenen.
Narrative inquiry: welzijn verbonden met positie nieuwkomer
Voor sommige deelnemers veranderden hun professionele en sociale positie na aankomst in Nederland. Iemand die in Oekraïne een beroep of eigen bedrijf had, kan in Nederland tijdelijk afhankelijk worden of werk doen onder het eigen niveau. Dat raakt niet alleen het inkomen, maar ook het zelfbeeld, waardigheid en het gevoel van ontwikkeling. Vanuit narrative inquiry raakt dit aan continuïteit: de verbinding tussen wie iemand was, wie iemand nu kan zijn en welke toekomst iemand voor zich ziet (Clandinin, 2006).
Welzijn wordt daarnaast gevormd door interactie en plek. Met interactie gaat het om relaties en contact met anderen, zoals zorgen om familie in Oekraïne, contact met de Oekraïense gemeenschap en contact met Nederlandse organisaties. Deze relaties kunnen steun geven, maar zorgen, onduidelijke informatie of het gevoel niet gehoord te worden, kunnen ook stress veroorzaken. Ook de opvanglocatie speelt mee als plek: privacy, rust, stabiliteit en het gevoel ergens thuis te zijn beïnvloeden hoe mensen hun welzijn ervaren (Clandinin, 2006).
Welzijn verschijnt daardoor niet als één losstaand thema. Het is verbonden met wonen, werk, taal, gezin, beleid, toekomstperspectief en sociale contacten. Dit sluit aan bij onderzoek naar het welzijn van mensen die gevlucht zijn, waarin mentale gezondheid niet alleen wordt gekoppeld aan oorlog en vlucht, maar ook aan omstandigheden na aankomst, zoals huisvesting, sociale steun en toegang tot zorg (Patanè et al., 2022; Hernandez et al., 2025).
Waarom participatieve monitoring nodig is
Doordat welzijn zo sterk verbonden is met het dagelijks leven, is het belangrijk om monitoring niet alleen als meetinstrument te zien. Een survey kan nuttig zijn, maar geeft niet altijd genoeg context. Uit het onderzoek kwam naar voren dat mentaal welzijn bovendien een gevoelig onderwerp kan zijn. Sommige deelnemers en organisaties beschreven dat mentale problemen soms worden gekoppeld aan zwakte, schaamte of ernstige psychische klachten. Daardoor kunnen zorgen verborgen blijven of anders worden benoemd, bijvoorbeeld als stress, vermoeidheid of moeite om vooruit te kijken.
Tegelijkertijd waren de ervaringen niet eenduidig. Sommige Oekraïense deelnemers gaven juist aan dat mensen wél bereid zijn om over problemen te praten. Dit laat zien dat stigma niet altijd zichtbaar of hetzelfde is voor iedereen. Juist daarom vraagt monitoring om zorgvuldige taal, ruimte voor verhalen en de mogelijkheid om door te vragen. Gesprekken over dagelijks leven, stress, toekomst, gezin en steun kunnen soms beter aansluiten dan directe vragen over mentale gezondheid of welzijn.
Participatieve monitoring biedt hiervoor een passende benadering. Participatory Monitoring and Evaluation betekent dat monitoring niet alleen over mensen wordt gedaan, maar met mensen. Deelnemers denken mee over wat belangrijk is, wat besproken moet worden en hoe uitkomsten gebruikt kunnen worden (Njuki et al., 2006). Deze benadering sluit aan bij de expertpoolmethodiek van OpenEmbassy, waarin nieuwkomers hun ervaringen, inzichten en aanbevelingen delen als experts door ervaring (OpenEmbassy, 2025).
Vertrouwen als basisvoorwaarde
Uit het onderzoek en de literatuur kwam ook naar voren dat participatie niet vanzelf ontstaat. Vertrouwen is daarvoor een basisvoorwaarde. Mensen delen persoonlijke of gevoelige ervaringen niet zomaar. Zeker op opvanglocaties kunnen deelnemers voorzichtig zijn met wat zij delen. Zij kunnen zich afvragen of hun antwoorden bij locatiemanagers of de gemeente terechtkomen, en of kritiek op de opvang of ondersteuning gevolgen kan hebben voor hun woonplek of andere hulp. Vertrouwen begint daarom al vóór een sessie: bij de uitleg van het doel, de taal, de locatie en de manier waarop mensen worden ontvangen.
Cultural mediators spelen hierin een belangrijke rol. Zij zijn niet alleen vertalers, maar bouwen ook bruggen tussen taal, cultuur en context. Hun aanwezigheid kan helpen om een gesprek veiliger en herkenbaarder te maken door gedeelde taal en ervaring. Dit is belangrijk wanneer het gaat over gevoelige onderwerpen zoals welzijn.
Wederkerigheid van onderzoek
Naast vertrouwen kwam ook wederkerigheid sterk naar voren. Deelnemers willen weten waarom zij hun ervaringen delen en wat er daarna mee gebeurt. Dat betekent niet dat elk probleem direct opgelost kan of moet worden. Wel is het belangrijk om eerlijk te zijn over wat wel en niet mogelijk is, bevindingen terug te koppelen en duidelijk te maken hoe inzichten worden gebruikt. In de literatuur wordt gewaarschuwd dat onderzoek met mensen die gevlucht zijn extractief kan worden wanneer mensen steeds opnieuw hun verhaal delen zonder terugkoppeling of zichtbaar gevolg (Cuxart-Graell et al., 2024; Omata, 2020).
Een framework voor participatieve monitoring
Op basis van de masterscriptie ontwikkelde Pien het Trust-Reciprocity Monitoring Framework. Dit framework biedt een theoretische achtergrond bij een manier van werken die dicht bij die van OpenEmbassy ligt: luisteren naar ervaringen, werken met cultural mediators, kennis ophalen via expertpools en deze kennis vertalen naar bruikbare inzichten.
Drie onderdelen framework
Het framework brengt drie onderdelen samen.
- Het eerste onderdeel is vertrouwen en wederkerigheid. Dit is de basis. Vertrouwen maakt het mogelijk dat mensen open kunnen delen. Wederkerigheid helpt om participatie betekenisvol te houden, omdat deelnemers terugzien dat hun bijdrage serieus wordt genomen. Wederkerigheid versterkt op zijn beurt ook weer het vertrouwen.
- Het tweede onderdeel is participatieve monitoring. Hierbij staan participatie, onderhandeling, leren en flexibiliteit centraal (Njuki et al., 2006). Dat betekent dat deelnemers niet alleen informatie geven, maar ook invloed hebben op wat besproken wordt. OpenEmbassy leert van de inzichten en kan de aanpak aanpassen wanneer omstandigheden veranderen.
- Het derde onderdeel is schaalbaarheid. OpenEmbassy werkt op verschillende locaties en met verschillende nieuwkomers. Dan is het belangrijk dat monitoring herhaalbaar is, zonder dat lokale ervaringen verloren gaan. Het MEPPP-framework helpt hierbij door onderscheid te maken tussen wat je in het proces kunt standaardiseren en wat flexibel moet blijven (Hassenforder et al., 2016). Sommige factoren zoals: aantal deelnemers of manier van monitoren kunnen standaard zijn, terwijl de inhoud van het gesprek per locatie kan verschillen.
Wat doet het framework voor participatieve monitoring?
Het Trust-Reciprocity Monitoring Framework standaardiseert dus niet het welzijn zelf. Welzijn blijft persoonlijk en contextgebonden. Het framework helpt vooral om het proces zorgvuldig te organiseren: hoe bereid je een sessie voor, hoe bouw je vertrouwen op, hoe zorg je voor veilige deelname, hoe verzamel je inzichten, hoe koppel je terug en hoe leer je door?
Daarmee voegt het framework vooral taal en structuur toe aan een praktijk die al dicht bij OpenEmbassy staat. Het laat zien waarom expertpools, cultural mediators, vertrouwen, terugkoppeling en ervaringskennis niet alleen praktische keuzes zijn, maar ook theoretisch onderbouwde voorwaarden voor betekenisvolle participatieve monitoring.
Daarnaast kan het framework partnerorganisaties helpen om beter te begrijpen wat OpenEmbassy doet tijdens een expertpool, en waarom bepaalde condities belangrijk zijn. Meaningful participation ontstaat niet alleen tijdens de expertpool zelf, maar ook in wat daaromheen gebeurt: hoe deelnemers worden uitgenodigd, hoe het doel wordt uitgelegd, welke verwachtingen worden gewekt en wat er achteraf met de inzichten gebeurt. Partnerorganisaties kunnen hieraan bijdragen door duidelijk te communiceren, deelname zo praktisch mogelijk te maken, lokale context te delen en waar mogelijk opvolging te geven aan bevindingen.
Participatieve monitoring gaat uiteindelijk niet alleen over beter meten. Het gaat over blijven luisteren in een situatie die verandert, ervaringen serieus nemen en inzichten sneller terugbrengen naar de praktijk. Voor het welzijn van ontheemde Oekraïners is dat belangrijk, juist omdat hun dagelijkse werkelijkheid voortdurend in beweging is.
Referenties
Adviesraad Migratie. (2025). From vulnerabilities to opportunities: A bright future for Ukrainian children and young people. https://www.adviesraadmigratie.nl
Campilan, D. (2000). Participatory evaluation of participatory research. International Potato Center.
Clandinin, D. J. (2006). Narrative inquiry: A methodology for studying lived experience. Research Studies in Music Education, 27, 44–54.
Cuxart-Graell, A., et al. (2024). Community mental health for migrant women in Barcelona (“Self-care among women”): Protocol for a mixed-methods process evaluation of a pilot psychological intervention. SSM – Mental Health, 6, 10036.
Hassenforder, E., Pittock, J., Barreteau, O., et al. (2016). The MEPPP framework: A framework for monitoring and evaluating participatory planning processes. Environmental Management, 57, 79–96. https://doi.org/10.1007/s00267-015-0599-5
Hernandez, G.-L., de Looper, M., Braun, S., Hieke, G., Krystallidou, D., van Weert, J., & Schouten, B. (2025). Mental health care for migrants in the Netherlands: A decolonial perspective. Cambridge Prisms: Global Mental Health, 12, e86. https://doi.org/10.1017/gmh.2025.10038
IND. (2026). Richtlijn tijdelijke bescherming Oekraïne. https://ind.nl/nl/oekraine/richtlijn-tijdelijke-bescherming-oekraine
Njuki, J., Kaaria, S., Chitsike, C., & Sanginga, P. (2006). Participatory monitoring and evaluation for stakeholder engagement, assessment of project impacts, and institutional learning. CIAT. https://hdl.handle.net/10568/56138
Omata, N. (2020). ‘Over-researched’ and ‘under-researched’ refugee groups: Exploring the phenomena, causes and consequences. Journal of Human Rights Practice, 12(3), 681–695. https://doi.org/10.1093/jhuman/huaa049
OpenEmbassy. (2025). How to hear the most important voices: Expertpool methodology. https://www.openembassy.nl/en/knowledge/hoe-je-de-belangrijkste-stemmen-hoort-onze-expertpoolmethodiek/
Patanè, M., Ghane, S., Karyotaki, E., Cuijpers, P., Schoonmade, L., Tarsitani, L., & Sijbrandij, M. (2022). Prevalence of mental disorders in refugees and asylum seekers: A systematic review and meta-analysis. Global Mental Health, 9, 250–263. https://doi.org/10.1017/gmh.2022.29
Download Handleiding
Trust-Reciprocity Monitoring Framework: praktische handleiding voor participatieve monitoring van mentaal welzijn.